Joodse school Utrecht
.

Luuk en Thijs Ornstein

Luuk (officieel Lodewijk) en Thijs (officieel Mathijs) zijn de zoons van Sophia Meijer en Leonard Ornstein. Beide ouders zijn vooraanstaande leden van de joodse gemeenschap in Utrecht. Moeder Sophia is regentes van het Centraal Joods Weeshuis.[1] Vader Leonard is een beroemde professor natuurkunde aan de universiteit van Utrecht [2] 

Gezin Ornstein bij 25 jarig jubileum prof Ornstein. Links Luuk en Thijs begin 1940 [3]

In oktober 1940 is hij ontslagen vanwege zijn joodse afkomst. Mei 1941 overlijdt hij op 60-jarige leeftijd. [4] Weduwe Sophia staat er alleen voor.

De broers Luuk (1931) en Thijs (1933) mogen na de zomervakantie van 1941 niet meer naar hun Montessorischool aan de Mgr. v.d. Weteringstraat en moeten ze naar een net opgerichte Joodse school in de wijk Ondiep. Vanaf half oktober 1941 gaan de jongens met de fiets van hun huis op de van Speijkstraat 17 naar die Joodse school. In juli 1942 zijn de joden verplicht om hun fiets in te leveren. Luuk stelt voor dat ze als protest de bel en de dynamo van de fiets eraf moeten halen. Maar moeder Sophia zegt dat de fiets moeten laten zoals die was. [5] Verstandig, want bijvoorbeeld Lion Brommet, het hoofd van de Joodse school is opgepakt omdat hij zijn fiets heeft verborgen.

In 1942 is het grote huis op de van Speijkstraat 17 in beslag genomen. De weduwe met haar kinderen verhuizen naar Oudwijk 43. Dat is ook het adres dat op haar Joodse Raad kaart staat. [6]

Omdat zij regentesse is van het Joodse Weeshuis hoort Sophia dat op 15 oktober 1942 de kinderen van het weeshuis klaar moeten staan voor transport. Ze komt onmiddellijk in actie en probeert, via haar contacten met de ondergrondse, onderduikplekken te regelen voor de kinderen. Het lukt haar om tien plekken te regelen. Daarop besluit de directeur van het weeshuis, Themans, om geen gebruikt te maken van het aanbod: 'voor iedereen of geen van allen.' [6a]

Later moeten ze weer verhuizen. Ze gaan naar de Jacob van Ruysdaelstraat 11. [7]

Het wordt duidelijk dat het gezin moet onderduiken. Sophia neemt contact op met met oud-studenten natuurkunde van haar overleden man. Een aantal van die oud-studenten werkt inmiddels bij Philips in Eindhoven. Zo komen ze in contact met onderduikgevers. Luuk komt terecht bij Jan en Bets Heurkens. Jan zit in het verzet. Door zijn werk als gemeentesecretaris kan hij documenten aanpassen en kan aan persoonsbewijzen en voedselbonnen komen. Luuk heeft daar de schuilnaam Luuk van der Steen. Hij gaat in Geldrop gewoon naar school. Na een overval op het distributiekantoor is Jan Heurskens verraden. Hij duikt onder, maar als Bets jarig is, wil hij haar feliciteren. Prompt is hij opgepakt. Hij is gemarteld tijdens ondervragingen, komt terecht in kamp Vught en 9 augustus 1944, vlak voor de bevrijding van Noord Brabant is Jan Heurkens is hij daar gefusilleerd. Luuk blijft bij Bets Heurkens tot het eind van de oorlog.                                    Jan Heurkens

Broer Thijs duikt onder bij families in Waalre. Zijn schuilnaam is Thijs van den Broek. Thijs gaat naar dezelfde school als Luuk in Eindhoven. Maar de broers mogen niet laten merken dat zij familie zijn. Op 4 februari 1944 is Thijs jarig. Maar die dag is hij door verraad in gevaar; hij moet weg uit Waalre. Hij gaat naar Herman en Nel Heurkens, de ouders van Jan en Bets. Maar op die boerderij zitten al heel veel onderduikers. Thijs gaat naar Lienden in Gelderland waar een dochter van Herman en Nel en Tonny is dus een zus van Jan Heurkens. Zij woont daar met haar man Adriaan van Boxtel. Thijs is vlak voor de bevrijding herenigd met Luuk. Als er een geallieerde tank stilstaat in de buurt, schrijft met krijt zijn echte naam op de zijkant van de tank. Omdat er 's avonds een tegenaanval van de Duitsers is, wordt Thijs bang dat zijn naam op de tank hem verraad. Gelukkig gebeurt dat niet. [8]

Opduiklijst Eindhoven

Na de oorlog gaan Sophia, Luuk en Thijs in Amsterdam wonen bij de broer van Sophia op de Hogeweg 56 hs. Zij blijven altijd contact houden met hun onderduikgevers.

Op 4 oktober 2021 worden Jan en Bets, Herman en Nel, Adriaan en Tonny onderscheiden als rechtvaardigde onder de volken door Yad Vashem, het museum in Jeruzalem.