Joodse school Utrecht
.

Haddie (Hadassa) Wijzenbeek

Fietje (Sophie) Wijzenbeek

De tweeling Fietje en Haddie Wijzenbeek wonen samen met een oudere broer en zus boven de winkel in de Mariastraat 10. Het is de winkel voor woninginrichting van vader Jacob. In Amersfoort heeft Jacob nog een filiaal.

Als Fietje en Haddie oud genoeg zijn, gaan zij naar de Agatha Snellenschool in de Zuilenstraat. Vanaf september 1941 mogen ze die school niet meer bezoeken. Ze moeten naar de in oktober opgerichte Joodse school. Daar is de tweeling te zien op een klassenfoto:

Vanaf begin mei 1942 zijn alle joden verplicht om de ster op hun kleding te dragen. Als de tweeling samen met  hun klasgenoot Lies Simons door de Agnietenstraat lopen, komen zij fotograaf Nico Jesse tegen. Hij vroeg de meisjes om te poseren en maakte deze iconische foto:

Een maand later is de familie Wijzenbeek plotseling verdwenen.  Fietje en Haddie zijn ondergedoken. Het is (nog) niet bekend waar, maar in eind 1943 zijn ze in Driebergen in het kindertehuis 'De Viersprong'. Oorspronkelijk was het een huis waar 'bleekneusjes' uit de grote stad opgevangen werden door de dames Vermoed en Deenink. Aan het eind van 1943 zaten naast niet-joodse kinderen, ongeveer zeventien joodse kinderen ondergedoken. Op 6 januari 1944 komen twee Duitse officieren en een tolk het tehuis in. Zij scheidde de joodse kinderen van de niet-joodse.

Over het wegvoeren van de joodse kinderen uit de Viersprong is deze getuigenis van een niet-joods kind dat ook in de Viersprong zat en jaren later terugkeert naar die plek: 'Ik zie ze - de nazi-officieren - nog steeds achter die tafel zitten. [...] De zusters die de leiding hadden, zetten ons kinderen op een rij langs de [...]muur. De joodse kinderen [uit het tehuis] mochten toen al een hele tijd niet meer naar school. En de zussen zeiden altijd dat ze uit de buurt van de ramen moesten blijven. En nu keken de officieren hen recht aan!  [...] De officieren zeiden tegen alle joodse kinderen dat ze aan de linkerkant van de muur moesten gaan staan. De andere kinderen, inclusief mijn broer en ik, moesten rechts staan. Toen ze klaar waren met sorteren, werden we eropuit gestuurd, maar de joodse kinderen moesten blijven. Mijn vriendin, Keetje van Zanten, ontsnapte aan hen en rende achter me aan, sloeg haar armen om me heen en zei: 'Fritsje, verberg me.' Wat kon ik doen? Ik was een kind! De zuster nam haar mee terug naar de kamer.’ 

Met de paardentram zijn Fietje, Haddie en de andere kinderen naar het station gebracht, om vervolgens via Amsterdam op 12 januari 1944 in Westerbork terecht te komen. Op 25 januari gaat de tweeling op transport naar Auschwitz. Daar worden ze drie dagen later vergast.  

Alleen zus Betty overleeft de oorlog.