Joodse school Utrecht
.

Ursula Stern

Het gezin Stern vlucht in 1933 naar Nederland en vestigt zich in Utrecht, Voorstraat 85 bis.

In de loop van 1942 duikt het gezin onder. De beide ouders komen terecht in Woerden, bij melkboer Jan van Elk.  Vader Alfred is daar actief in de verzetsgroep ‘Oranje Vrijbuiters’. Hij is er wapeninstructeur. In 1943 worden zij opgepakt en komen ze via Westerbork in Auschwitz. De zesenvijftigjarige Alfred wordt daar op 22 oktober 1943 vermoord. Zijn vrouw, Anna Rosa treft hetzelfde lot op 10 september 1943.

Ook Ursula Stern duikt onder. Na de oorlog vertelt ze dat het bij de familie Pompe was.  Haar onderduikadres wordt verraden.  Via een gevangenis in Amsterdam en kamp Vught komt ze op 31 maart 1943 aan in kamp Westerbork. Zes dagen later, op 6 april 1943 gaat zij op transport naar Sobibor.

Levie Sluijzer schrijft over die reis [bron: In Memoriam, Guus Luijters; pagina 418]:

Bij aankomst in Sobibor worden er uit de 2020 mensen in de trein, enkele tientallen meisjes en jongens geselecteerd voor het werk in het kamp. De rest van het transport wordt naar een grote barak geleid, waar ze hun bagage moeten afgeven. Vervolgens wordt iedereen vergast.

Ursula is geselecteerd om te werken in het kamp. Maar eerst moet ze op bevel van kampbewaker Frenzel een kaart naar een vriendin schrijven.

Om de achterblijvers in Nederland te doen geloven dat alles in orde was moesten sommigen bij aankomst in het kamp een levensteken naar huis schrijven. De Joodse Raad kreeg die via de 'Zentralstelle für jüdische Auswanderung' aan de Amsterdamse Euterpestraat in zijn bezit. Omdat de naam Sobibor onder geen beding genoemd mocht worden, moesten de schrijvers op de adreszijde Wlodawa als plaats van verzending vermelden. Uit de kaarten kon niet worden opgemaakt dat er een kamp met de naam Sobibor bestond. En nog minder dat Wlodawa/Sobibor een vernietigingskamp was. Men werd verplicht op de adreszijde de volgende tekst te vermelden: naam, eventueel geboortedatum; Arbeitslager Wlodawa; Kreis Cholm; Distrikt Lublin; General-Gouvernement.

Ursula Stern verklaarde dat ze, nadat ze op 9 april 1943 voor werk in Sobibor was uitgekozen, eerst moest schrijven dat ze goed was aangekomen en dat het haar goed ging. Ze werd verplicht als adres het Arbeitslager Wlodawa op te geven. Frenzel stond naast haar en controleerde of alles wel volgens voorschrift geschreven was. Ze schreef aan haar vriendin in Utrecht. De Joodse Raad administreerde op 7 september 1943 inderdaad een bericht met de naam Stern in Utrecht.

Ursula moet in Sobibor kleding sorteren. Hoewel de gaskamers ver weg zijn van de plek waar ze werkt, begrijpt ze al snel wat zich daar afspeelt, aldus haar getuigenis in 1947. Ze begrijpt ook dat degenen die moeten werken in het kamp, na verloop van tijd zelf ook worden vergast.

Door haar werk in het sorteercentrum kan Ursula de minieme hoeveelheid voeding die ze dagelijks krijgt, aanvullen met wat ze aan eetbaars vindt in de kleding van de vermoorde mensen. Een tijdje werkt Ursula ook in het Waldcommando, de werkploeg die buiten het kamp bomen moet omhakken en in stukken zagen. Dat hout is nodig voor het verbranden van de lijken uit de gaskamers.

In september 1943 hoort Ursula dat er in het kamp een opstand beraamd wordt. Zij is een van de weinigen die wist wat er speelde. Maar ze weet niet wanneer de opstand zal plaatsvinden.

‘Ik mocht het niet verder vertellen’, verklaart ze na de oorlog, ‘omdat er in het verleden al enige vluchtpogingen waren mislukt.’

Het plan is om binnen een uur zoveel mogelijk SS’ers in de barakken te lokken en te vermoorden, om vervolgens hun uniformen aan te trekken. Verkleedt als SS’ers zouden zij dan tijdens het appèl de gevangenen naar de uitgang laten marcheren om zogenaamd buiten te gaan werken.

Ursula’s vriendin Selma Wijnberg ligt met tyfus in de barak.

‘Ik vertelde haar mijn geheim niet’, aldus Ursula, ‘omdat ik bang was dat ze in haar koorts erover zou spreken’

Later blijkt dat Selma Wijnberg ook wist van de opstand en dat zij tegenover Ursula haar stilzwijgen heeft weten te bewaren.

De opstand op 14 oktober 1943 lukt maar gedeeltelijk. Er breekt een vuurgevecht uit tussen de verklede gevangenen en echte SS’ers. In de chaos die daarna ontstaat, rent Ursula naar de uitgang.

‘Ik ben over het hek geklommen, er lagen mijnen om het kamp, er werd van alle kanten geschoten en hierdoor zijn nog vele mensen gevallen. Ik hoorde aan alle kanten mijnen ontploffen, maar heb niet rondgekeken.’

Samen met een Pools meisje vlucht ze het bos in. Na een tijdje vindt het Poolse meisje haar man, die bij het Poolse verzet zit.

Uit haar getuigenis voor het Haags Tribunaal 1964:

Finally, we met up with the Russian Partisans. This was a real army - about 2000 men, but they refused to accept everyone in our group. Only the young men were accepted to their ranks, and they promised to send the women and girls to the hinterland for teaching and training. But we all wanted to remain together. It took us a great effort, and sometimes we got into real fights, to manage to stay together. In one of these fights, a short time before our liberation, Cathy Hooks was killed.

Eventually, the long-awaited day - liberation day - arrived. We went to Wlodawa, a city near Sobibor, and there I found Selma Weinberg and her fiancé Chaim Engel, who, during the Sobibor uprising, killed the SS man Backman. Together we went to see the place of hell where we were tortured, but nothing was left of the camp. After the uprising, the whole camp was destroyed by the Germans.

Then we travelled to Lublin, Chernivtsi (Czernowitz), Odessa and from there to Holland. But I had one strong wish in my heart: to escape Europe altogether, to be as far as possible from Sobibor.

Samen met haar vriendin Saartje Wijnberg is zij de enige uit Nederland, die de opstand overleefd heeft.

Ursula Stern emigreert naar Israël. Ze trouwt met Horst Martin Buchheimer, die in Israel de naam Zwi Safran aanneemt. Vanaf die tijd heet Ursula ‘Ilana Safran’.

Hoe moeilijk het ook is voor haar, ze komt nog een paar keer naar Nederland om getuigenissen af te leggen. Onder andere tegen de SS’er Frenzel die haar de kaart naar Nederland liet schrijven.

Ursula Stern / Ilana Safran overlijdt in 1985 in Ashdod, Israël.