Alex en Ciska Polak
Alex Emanuel Polak — Utrecht, 28 mei 1931 — Sobibor, 11 juni 1943
Ciska Betty Polak — Utrecht, 6 augustus 1935 — Sobibor, 11 juni 1943[1]
Geboren boven de zaak
Alex en Ciska worden geboren aan de Catharijnesingel 82, in het pand waar ook het familiebedrijf zit.[2] Hun vader, Saul Alexander Emanuel Polak — thuis Charles genoemd — is er in 1907 geboren als zoon van Alexander Emanuel Polak en Saartje Vis.[2] In 1930 trouwt hij met Mietje van Gelderen, geboren in Amsterdam op 8 juli 1904, die bij hem op de Catharijnesingel komt wonen. Op 28 mei 1931 komt Alex ter wereld, op 6 augustus 1935 Ciska. [2]
Mietje Polak-van Gelderen met haar kinderen: Ciska links, Alex rechts. 1937.
Hun moeder is een geschoolde vrouw: driejarige HBS, steno-typiste in vier talen — Nederlands, Frans, Duits en Engels — met daarbovenop een praktijkdiploma Duitse handelscorrespondentie.[3] Hun vader is vertegenwoordiger bij Optico, heeft het Rijksdiploma optiek, en geeft vanaf augustus 1941 les in optiek.[4]
Optico, het bedrijf van de familie
Het bedrijf heet N.V. Fabriek en Magazijn van Optische artikelen “Optico”. Hun grootvader Alexander Emanuel Polak richtte het in 1919 op en kocht het pand Catharijnesingel 82; in maart 1922 trok het gezin er zelf in.[2] Geen winkeltje dus: fabriek én magazijn, met een eigen glasslijperij waar de firma leerlingen voor zocht.[5] Op de Utrechtse Jaarbeurs stond Optico jaar na jaar met zijn waren.[2]
De grootvader die Alex’ naam draagt, heeft hij nooit gekend: Alexander Emanuel Polak sterft op 24 april 1925 op achtenveertigjarige leeftijd, zes jaar voor Alex’ geboorte.[2] Het directeurschap gaat over op Bernard Israel Vis, de jongere broer van hun grootmoeder. Die grootmoeder, Saartje Polak-Vis, is vanaf de oprichting procuratiehouder; haar vader Israël Jacob Vis is commissaris tot zijn dood in 1925.[2] Polak en Vis waren aangetrouwd; het was een familiebedrijf van twee kanten — een handelsregisterbericht over het intrekken van de volmacht van “mevrouw de weduwe S. Polak-Vis” laat zien hoe verweven die twee namen waren.[6]
Het handelsregister van 1919: Alexander Emanuel Polak, directeur, Catharijnesingel 34, geboren te Gouda, 31 juli 1876. Rechts zijn handtekening.
In 1938 laat hun vader op datzelfde adres een eigen zaak inschrijven: “S. A. E. Polak, Catharijnesingel 82, makelaardij in optische artikelen.”[7] En in 1941 verschijnt een Praktische handleiding voor den opticien van S. Polak — honderdvijftig geïllustreerde bladzijden, opgedoken in de verkooplijst van een Nederlandse verzamelaar in een Amerikaans vakblad uit 1989.[8] Als dat hun vader is, en de initiaal, het jaartal en het vak wijzen alle drie die kant op, dan schreef hij in het jaar dat hij les ging geven een handboek voor zijn beroepsgroep.
Het bedrijf wordt afgepakt
Vanaf de bezetting gaat Optico stap voor stap uit joodse handen. In november 1940 treedt Bernard Vis formeel af en benoemt de niet-joodse G. B. Boelaars tot opvolger. In juni 1941 krijgt het bedrijf een Verwalter opgelegd: de Oostenrijker Julius Rudolf Kessler. Die ontslaat Boelaars in februari 1942, heft de N.V. in augustus 1942 op en zet de zaak daarna voor zichzelf voort.[2] Het joodse personeel zal zijn ontslagen.
Spoorstraat 1 bis
Het gezin woont dan aan de Spoorstraat 1 bis, in Wijk C, een steenworp van het station.[9] Op de opgave die de Joodse school in Utrecht op 28 januari 1942 aan de bezetter moet doen, staan Alex en Ciska allebei: hij tien, zij zes, beiden in het GLO.[10] Alex is dan al enkele maanden van zijn oude school af; sinds september 1941 mogen joodse kinderen niet meer naar een gewone school.
Van vader Saul is de kaart van de Joodse Raad staat achter indruk: “zeer goede kracht op technisch en commercieel gebied, Zeer goed leraar.” Achter gesperrt wegens: “functie”. Zijn baan bij de Joodse Raad gaf het gezin, tijdelijk, een vrijstelling.[4]
Op alle vier de kaarten is het adres getypt als Speerstraat 1 bis. Dat is een verschrijving: de schoolopgave, de Duitse vorderingsbrief en het Joods Monument geven Spoorstraat.[11]
27 oktober 1942
In diezelfde maand verliest het gezin twee dingen tegelijk. Op 19 oktober 1942 wordt grootmoeder Saartje Polak-Vis vanuit Westerbork op transport gezet; drie dagen later wordt zij in Auschwitz vermoord.[2]
En op 27 oktober 1942 schrijft de Ortskommandantur Utrecht aan de chef van het Quartieramt:
“Die Wohnungen Spoorstr. 1 bis und 6 bis werden mit sofortiger Wirkung auf Grund der Verordn. d. Rk. f. d. bes. ndld. Gebiete 144/40 mit dem gesamten Inventar beschlagnahmt.”
De woningen Spoorstraat 1 bis en 6 bis worden met onmiddellijke ingang gevorderd, met de volledige inboedel.[12] Het Quartieramt is het inkwartieringsbureau: het regelt onderdak voor Duitse militairen. Het huis wordt dus niet leeggehaald voor de handel, maar om er soldaten in te leggen — inclusief het meubilair, het serviesgoed, de bedden van de kinderen.
De vorderingsbrief van de Ortskommandantur Utrecht, 27 oktober 1942.
Op nummer 6 bis woont het gezin van Rosa Alida Kleef, geboren 18 mei 1929, ook een leerling van de Joodse school.[13] Twee huizen in dezelfde straat, één brief, één datum.
Van Speijckstraat 12
Waar het gezin daarna terechtkomt, staat in een Utrechtse ambtelijke lijst uit december 1942: “Opgave van Joden aan wie alsnog uitstel van ontruiming is verleend.” Onder het adres Van Speijckstraat 12 staan acht namen. Eerst vier Andriesses — H. Andriesse, B. Spiegel geh. Andriesse, J. Andriesse, R. C. M. Andriesse — en daaronder S. A. E. Polak, M. Gelderen geh. Polak, A. E. Polak en C. B. Polak. Zeven kamers, badkamer, keuken en kelder, samen 216 vierkante meter, eigendom van de Diaconie der Evangelisch Luthersche Gemeente. In de laatste kolom, bij de reden voor het uitstel: “sper lid Joodsche Raad”.[14]
De lijst van december 1942. Onder Van Speijckstraat 12: vier Andriesses en vier Polakken.
Alex en Ciska brengen hun laatste Utrechtse winter dus door in het huis van een ander gezin. In datzelfde huis woont Mirjam Andriesse, geboren 17 april 1933 — precies tussen Alex en Ciska in, en ook een leerling van hun school.[15] Het is bovendien het huis waar dokter Maurits Perel huisarts is; als vader Herman Andriesse vreest dat ze thuis opgepakt worden, hangt Perel een bord aan de gevel dat de jongste dochter roodvonk heeft, en uit angst voor besmetting komen de Duitsers niet binnen.[16] Perels eigen dochters, Floor en Greetje, zullen op dezelfde dag als Alex en Ciska in Sobibor worden vermoord.
Ook dat huis wordt uiteindelijk leeggehaald. Op de Staat van ontruimde woningen van Joden van de gemeente Utrecht staat onder nummer 296: Polak, Saul Alexander Emanuel, v. Speijkstr 12, 8 kamers, 1 keuken, 1 kelder — de meubels naar de Duitse Weermacht, de woning daarna weer betrokken.[17]
22 april 1943
Op donderdag 22 april 1943 moeten de joden uit de provincie Utrecht zich melden in kamp Vught.[18] De vrijstelling wegens ‘functie’ houdt dan op te gelden. In het kamp worden gezinnen gescheiden: er zijn mannen-, vrouwen- en kinderbarakken.[19] Alex is elf, Ciska zeven.
Juni 1943
Op zaterdag 5 juni wordt in Vught bekendgemaakt dat alle kinderen tot zestien jaar worden weggevoerd. Er komen twee treinen: één op 6 juni voor de kinderen tot en met drie jaar, één op 7 juni voor de kinderen van vier tot zestien. De moeders mogen mee; een klein aantal vaders wordt toegelaten.[19] Het Joods Monument vermeldt van zowel Alex als Ciska met zoveel woorden dat zij “met het zogenoemde kindertransport uit Vught via Westerbork op transport gesteld” zijn naar Sobibor.[20]
Op de kaarten van alle vier staat hetzelfde: Wbk 8-6-43, en in rood Tr. 8.6.43.[21] Ze zijn bij elkaar gebleven, en gaan samen op het transport van dinsdag 8 juni 1943 — het grootste dat ooit uit Westerbork vertrekt, met 3014 mensen, onder wie 1051 kinderen.[22]
Op vrijdag 11 juni 1943 komt de trein aan in Sobibor. Alle 3014 mensen worden diezelfde dag vermoord. Alex is twaalf, Ciska zeven.[1]
Hun trouwdag
Na de oorlog geeft Optico een rouwblad uit voor de medewerkers die niet terugkwamen. Het is opgesteld door Bernard Vis — de oom die het bedrijf had geleid en die de oorlog overleefde omdat hij gemengd gehuwd was.[2] Bovenaan staat de foto van zijn neef.
S. A. E. Polak, uit het rouwblad van Optico.
Uit het rouwblad: “Nu bange twijfel tot zekerheid is geworden, nu het ROODE KRUIS officieel heeft bericht, dat de Heer S. A. E. POLAK met zijn vrouw en beide kinderen op 11 Juni 1943 — hun trouwdag — in Sobibor is overleden, nu past ons een woord van afscheid en herinnering aan hem, die zoovele jaren zijn beste krachten aan OPTICO en aan den Opticienstand in Nederland heeft gewijd.”
Elf juni was hun trouwdag. Saul en Mietje zijn op de dag van hun huwelijksverjaardag met hun beide kinderen vermoord.
Het blad noemt hem “joviaal in omgang, optimistisch en humoristisch van aard, begaafd met meer dan normale capaciteiten”, en “een vriend van tal van klanten, die in hem niet alleen den vakkundigen verkooper zagen, maar tevens den adviseur op velerlei gebied.” Achttien jaar lang vertegenwoordigde hij Optico. [23]
.jpg/picture-200?_=1a086e26b01)




