Mietje (Miep) Danielson
Mietje Danielson wordt op 16 maart 1928 geboren in Utrecht als dochter van Benjamin Danielson en Jetje Cohen. Iedereen noemt haar Miep. Ze groeit op boven de winkel van haar vader aan de Steenweg 64, samen met haar twee jaar oudere broer Louis, die Loekie wordt genoemd.
Steenweg 64
Vader Benjamin Danielson is geboren op 15 juli 1900 in Rotterdam. Hij is van buitenlandse afkomst en wordt pas in 1932 genaturaliseerd tot Nederlander bij Koninklijk Besluit, ondertekend door Koningin Wilhelmina. [1] In 1926 neemt hij het winkelbedrijf van J. Cohen over aan de Steenweg 64 in Utrecht. De winkel heet Magazijn "De Kampioen" en verkoopt rijwielen, radio-toestellen, elektrische artikelen en verlichtingsartikelen. [2] Benjamin opent ook een filiaal in de Damstraat, dat hij in 1935 verplaatst van nummer 2 naar nummer 26. [3]
Moeder Jetje Cohen is geboren op 11 april 1905 in Utrecht. Zij werkt mee in de winkel. Het gezin woont boven de zaak aan de Steenweg 64.
Benjamin is een actief lid van de Utrechtse Joodse gemeenschap. In 1931 is hij voorzitter van de Utrechtsche Joodsche Sportvereeniging, die een propaganda-avond organiseert in de grote zaal van Hotel de L'Europe. [4] In 1933, als de Joodse vluchtelingen uit Duitsland beginnen te komen, wordt hij penningmeester van een comité voor hulpverlening aan Joodse vluchtelingen, opgericht tijdens een spoedvergadering van vierhonderd Joodse inwoners van Utrecht. [5]
De Joodse school
Als in september 1941 het verbod komt voor Joodse kinderen om reguliere scholen te bezoeken, moet de dertienjarige Miep naar de pas opgerichte Joodse school aan het Ondiep 63 in Utrecht. Zij komt in de eerste klas van de ULO.
De winkel gesloten
Tijdens de bezetting wordt de winkel van Benjamin doelwit van antisemitische acties. Op de gesloten rolluiken van De Kampioen wordt in grote letters "JOOD" gekalkt. [6] In de loop van 1942 krijgt Benjamin te maken met een Treuhänder — een door de bezetter aangestelde beheerder die Joodse bedrijven liquideert. In december 1942 plaatst Liquidation Treuhänder O. Zimmermann uit Haarlem een oproeping in het Algemeen Handelsblad: wie nog iets te vorderen heeft van Fa. "De Kampioen", Steenweg 64, Utrecht, moet zich melden voor 31 december 1942. [7] Het levenswerk van Benjamin wordt hem afgenomen.
Onderduiken
Het gezin Danielson besluit niet af te wachten. Op 15 juli 1942 duikt het hele gezin onder — vader, moeder, Miep en Louis. [8]
Aanvankelijk probeert het gezin naar Zwitserland te vluchten. Zij bereiken de Frans-Zwitserse grens, maar het lukt niet die over te steken. Benjamin en Louis blijven een paar maanden in België om het opnieuw te proberen, maar uiteindelijk keren ze terug naar Nederland. De hele reis is door Benjamin zelf georganiseerd. [8]
Terug in Nederland worden eerst Jetje en Miep en later Benjamin en Louis door een voormalige knecht van Benjamin aan een onderduikadres geholpen in Utrecht. Rond oktober 1942 komt het gezin weer bij elkaar op een adres aan de Haagstraat in Utrecht. Daar verblijven in totaal elf Joodse onderduikers, onder wie vijf kinderen. [8]
De overval
Op 20 januari 1943 wordt het onderduikadres aan de Haagstraat overvallen. Van de elf onderduikers weten slechts drie te ontkomen: twee volwassen mannen en de zestienjarige Louis. [8] De rest wordt gearresteerd. Onder hen is de veertienjarige Miep.
Miep komt op 27 januari 1943 aan in Kamp Vught. [9] Haar moeder Jetje volgt op 12 februari — zij komt vanuit de gevangenis. [10] Vader Benjamin arriveert op 17 februari 1943 in Vught. Op zijn kampkaart staat als categorie niet KKJ maar AZB — hij is geen gewone Joodse gevangene maar een Schutzhäftling, een politieke gevangene. Zijn misdaad: "Illegalität." [11] Benjamin is gearresteerd omdat hij zijn gezin probeerde te verbergen.
Brieven uit Vught
Vanuit Kamp Vught schrijft Benjamin brieven aan de familie Lauck in Rotterdam — zijn zus en haar man. Op 9 maart 1943 schrijft hij: hij is gezond, vraagt of ze hem een handdoek, een stukje zeep, tandpasta, ondergoed, een slipover, wanten en sokken willen sturen. Hij ondertekent met "Bennie." [12]
In een andere brief schrijft hij aan dezelfde familie: "Zeg jongens als jullie schrijven aan Eva, Eduard, Janie, Miriam, Jet en Miep doet dan de groete voor mij aan hun allen." [13] Benjamin, Jetje en Miep zitten alle drie in hetzelfde kamp, maar in gescheiden afdelingen. De enige manier waarop Benjamin zijn vrouw en dochter kan groeten is via een brief aan familie buiten het kamp. "Jet en Miep doet dan de groete voor mij aan hun allen."
Sobibor
Op 31 maart 1943 worden Benjamin, Jetje en Miep vanuit Vught overgebracht naar Kamp Westerbork. [9] [10] [11] Na ongeveer twee weken worden zij op 13 april 1943 op transport gezet naar het vernietigingskamp Sobibor in bezet Polen. In de trein zitten 1204 mannen, vrouwen en kinderen. [14]
Drie dagen later, op 16 april 1943, komt de trein aan in Sobibor. Alle 1204 mensen worden direct bij aankomst vergast. Miep is vijftien jaar oud. Haar vader Benjamin is 42, haar moeder Jetje 37. [15]
Ursula Stern, die ook op de Joodse school in Utrecht zat en als een van de weinigen Sobibor zou overleven, heeft na de oorlog verklaard: "Ik weet, dat de volgende personen vergast werden: (...) echtpaar Danielson, uit Utrecht (...) hun dochter Miep Danielson." [16] Het is logisch dat Ursula Miep Danielson kent. Niet alleen zaten ze samen op de Joodse school, ze zaten ook samen ondergedoken in de Haagstraat bij het gezin Pompe.
Louis
Broer Louis overleeft de oorlog. Na de overval op de Haagstraat op 20 januari 1943 verblijft hij op verschillende adressen in Utrecht, daarna in Ouderkerk aan de IJssel. Uiteindelijk duikt hij op in Hilversum met goede valse papieren, levend onder de naam Piet de Jong. Hij werkt bij diverse bedrijven, waaronder — zo vertelt hij later — zelfs bij een NSBer. Het laatste halfjaar van de oorlog woont hij bij een verzetsman. [8]
Na de bevrijding keert Louis terug naar Utrecht, waar hij inwoont bij zijn oom Philip Cohen, een broer van zijn moeder, die een lampenzaak heeft op de Potterstraat 2a. [17] Louis is de enige overlevende van het gezin Danielson.
In de naoorlogse overlijdensakte van Mietje, opgemaakt in november 1948 door de Burgerlijke Stand van Utrecht, staat beschreven dat op zestien april negentienhonderd drie en veertig te Sobibor is overleden: "Danielson, Mietje, zonder beroep, oud vijftien jaar, geboren en wonende alhier, dochter van Danielson, Benjamin en Cohen, Jetje, beiden overleden op den zelfden dag." [15]





