Clara Frederika de Jong
Clara is in oktober 1934 in Rotterdam geboren. Haar ouders zijn Izak de Jong en Dinah Rozeboom. In 1936 is het broertje van Clara geboren: Frederik Leo. In Rotterdam woont het gezin op de Diergaardelaan 68 B. [1] Vader Izak is koopman in huishoudelijk artikelen.
Clara is vijf jaar oud als op 15 mei 1940 de Duitsers Rotterdam bombarderen. De Diergaardelaan is zwaar getroffen. Het gezin van Izak en Dinah heeft het bombardement overleefd, maar waarschijnlijk is hun huis zo zwaar beschadigd dat zij in november 1940 [2] naar Utrecht verhuizen.
Diergaardelaan en omgeving na bombardement [3]
In oktober 1941 is Clara zes jaar geworden. Dat is de leeftijd dat kinderen naar de eerste klas van de lagere school gaan (tegenwoordig groep 3 van de basisschool). Maar Clara mag niet naar een een school in de buurt van de Justus van Effenstraat, maar ze moet naar de speciale Joodse school met alleen maar joodse kinderen en joodse leerkrachten. Die school is in de wijk Ondiep. Dat is zo'n 40 minuten lopen vanaf hun huis. Misschien kan ze de eerste periode nog met de bus. In de buurt van haar huis gaan er meerdere kinderen en leerkrachten naar de Joodse school. Clara staat op de eerste leerlingenlijst [4] van de Joodse school:
Als in de zomervakantie van 1942 de deportaties op gang komen, besluiten Izak en Dinah onder te duiken. Dr Perel, hun joodse huisarts bemiddelt in het vinden van een onderduikplek. Vader en moeder de Jong komen in augustus 1942 terecht op de Scheldestraat 28 in de Rivierenwijk in Utrecht. Clara en haar broertje Frederik zijn ondergebracht in het gezin van Dirk de Haan in de Beerzestraat 16, ook in de Rivierenwijk.
Lang hebben vader Izak en moeder Dinah niet op de Scheldestraat gezeten. Op 31 augustus 1942 wordt er aangebeld en stappen twee Utrechtse rechercheurs de woning binnen: de jodenjagers Jan Smorenburg en Nico de Jong. Zij lopen meteen door naar de keuken en daar staan Izak en Dinah. Ze hebben geen schijn van kans, zijn opgepakt en komen op 10 september 1942 in Westerbork. Meteen de volgende dag gaan zij op transport. Dinah is meteen na aankomst in Auschwitz vergast op 14 september 1942. Izak is in het dorp Cosel uit de trein gehaald om te gaan werken in een van de vele kampen in de buurt van Auschwitz. Hij houdt die dwangarbeid vol tot hij 31 maart 1943 in het werkkamp Seibersdorf bezwijkt. [5]
Terug naar Clara en Frederik, die in de Beerzestraat zijn opgevangen door Dirk de Haan. Na de oorlog verklaart hij dat hij op 27 augustus 1942 Clara en Frederik in huis nam. Op 1 september hoort hij dat de ouders van Clara en Frederik zijn opgepakt. Het is te gevaarlijk voor de kinderen om in de Beerzestraat te blijven. Dirk besluit een ander adres te zoeken. Tijdelijk zijn de kinderen ondergebracht op een adres op de Rijnlaan. Omdat Dirk de Haan weet dat de huisarts Dr Perel betrokken is bij het laten 'duiken' van het gezin de Jong, vraagt hij de huisarts om raad. Die adviseert hem om de kinderen naar het Centraal Israëlitisch Weeshuis te brengen. Zo komen Clara en Frederik terecht op de Nieuwegracht 92 waar het CIW is. [6]
Kaart van de Joodse Raad van Clara met het adres in A'dam waar de kinderen van het CIW verbleven [7]
In september 1942 komen broer en zus de Jong in het weeshuis terecht. Lang blijven ze niet op de Nieuwegracht, want op 15 oktober 1942 moeten alle weeskinderen en begeleiders klaar staan voor transport naar Amsterdam. [8] Ze zijn tijdelijk ondergebracht in de Hoofdsynagoge op het Jonas Daniël Meijerplein. De Joodse Raad zorgt ervoor dat een gebouw op de Geldersekade 67-71 geschikt gemaakt wordt voor de joodse weeskinderen. Op 25 januari 1943 kunnen ze dat gebouw in gebruik nemen. Lang hebben ze daar niet gezeten want op 11 februari zijn de 158 kinderen en 23 begeleiders ingeschreven in Westerbork. Ongeveer twee weken later gaan Clara en Frederik samen met meerdere weeskinderen op transport naar Sobibor. Daar zijn de 8-jarige Clara en de 6-jarige Frederik meteen na aankomst vermoord.



