Joodse school Utrecht
.

Juliette (Jetty) en Elisabeth (Lies) Heijmans


Op 11 maart 1935 worden in Utrecht twee meisjes geboren: Elisabeth Lida en Juliette Suze Heijmans. Ze zijn een tweeling. Hun vader is Ezechiël David Heijmans, geboren op 23 maart 1896 in Utrecht. Hun moeder is Rachel Pezarro, geboren op 17 oktober 1896 in Amsterdam. Eduard en Rachel zijn neef en nicht — hun moeders, Lea Rodrigues de Miranda en Esther Rodrigues de Miranda, zijn zusters. [1] Ezechiël en Rachel zijn op 19 augustus 1925 in Utrecht getrouwd. [2]

Juliette Suze (Jetty) Heijmans

Het gezin aan de Westerkade
Het gezin woont aan de Westerkade 12 bis in Utrecht. Ezechiël — in het dagelijks leven Eduard — is magazijnbediende van beroep, althans volgens zijn Joodse Raad-kaart. Het boek over de Zeister onderduikers noemt hem handelsreiziger. [3] [8] De tweeling heeft twee oudere zussen: Estella, geboren op 9 juni 1926, en Lotty Elisabeth, geboren op 18 juni 1930. [4] Alida Heijmans, een ongetrouwde zus van Eduard, woont bij hen in. [5]

Op de Westerkade groeien vier meisjes op. De twee oudsten schelen vier jaar met elkaar, de twee jongsten zijn onafscheidelijk. Lies en Jetty delen alles wat tweelingen delen.

De Joodse school
Als de Duitse bezetter in de zomer van 1941 Joodse kinderen van reguliere scholen weert, wordt in Utrecht op 15 oktober 1941 een Joodse lagere school opgericht in het gebouw aan de Ondiep. [6] Lies en Jetty zijn dan zes jaar oud. Ze komen samen in de klas. Op een bewaard gebleven klassenfoto zitten ze naast elkaar tussen hun klasgenoten, Jetty wat naar voren, Lies iets meer naar achteren. De juffrouw, Marie Gazan staat rechts achter in het lokaal. [7]

Joodse school vlak voor zomervakantie 1942

Registratie
Het gezin wordt bij de Joodse Raad geregistreerd. Op Elisabeths kaart staat haar volledige naam: Elisabeth Lida (fout gespeld als Lidia). Op die van Jetty: Juliette Suze. Ze zijn zeven jaar oud. [3]
Op Rachels kaart staat als geboorteplaats eerst Utrecht getypt. Dat is doorgestreept en met de hand vervangen door Asd — Amsterdam. Een correctie in inkt op een systeemkaart. [3]
Vader Eduard probeert intussen een andere weg. Op 16 september 1942 dient hij bij de Joodse Raad documenten in — een kwartierstaat en een stamboom — waarmee hij een niet-Joodse afstamming hoopt te bewijzen. [8]

Onderduik
Het gezin bereidt zich voor op onderduik. Op het gemeentehuis van Zeist werken ambtenaren die onderduikers administratief voorzien van een valse identiteit. De leden van het gezin Heijmans krijgen de valse naam: Heijner-Hoegen. Als adres wordt Jacob Catslaan 87 in Zeist opgegeven — een adres dat niet bestaat. [8] Eduard wordt Eduard Dirk Heijner, Rachel wordt Willempje Heijner-Hoegen. De vier meisjes krijgen de namen Elbertha, Louise, Elisabeth en Julia Heijner. Alle kinderen krijgen dezelfde valse achternaam. De geboortedata en -plaatsen worden correct overgenomen, behalve die van Rachel — haar geboorteplaats wordt opnieuw veranderd, nu van Amsterdam in Utrecht. De huwelijksdatum wordt gewijzigd. [8]

De vier meisjes worden elk op een ander adres in Zeist ondergebracht. De ouders duiken elders onder. [8]
Heel kort verblijven de drie jongste zusjes en hun tante samen in het doorgangshuis voor Joodse onderduikers aan de Krullelaan 17 in Zeist. Daarna worden ze weer gescheiden. [9]
Lies ziet op zeker moment haar oudste zus Stella de ramen zemen van haar onderduikadres. Onmiddellijk wordt ervoor gezorgd dat Stella niet meer voor de ramen verschijnt. [8]


Eén mag naar buiten, de ander niet
Van de tweeling heeft Lies blond haar. Dat is genoeg. Zij mag op haar onderduikadres af en toe naar buiten, de straat op, als een gewoon meisje. Jetty, haar tweelingzus, mag dat niet. [8]
Op een dag loopt Lies buiten en ziet haar tweelingzusje in een voortuintje staan. Het is de eerste keer dat ze elkaar zien sinds ze gescheiden zijn. Lies hoort dan het bericht: papa en mama zijn opgepakt. Lies rent overstuur terug naar haar eigen onderduikadres. [8]

Eduard en Rachel
Eduard en Rachel Heijmans-Pezarro zijn op 7 september 1943 vanuit kamp Westerbork op transport gezet naar Auschwitz. Op hun Joodse Raad-kaarten staat het in rood potlood: Tr. 7-9-43. [3]

Rachel Heijmans-Pezarro wordt op 30 november 1943 vermoord in Auschwitz. Zij is zevenenveertig. Op haar verzekeringskaart wordt later als overlijdensdatum 10 september 1945 genoteerd — de juridische datum. Bij opmerkingen staat één woord: "gedeporteerd." [10]


Eduard Heijmans wordt op 31 maart 1944 vermoord in Auschwitz, achtenveertig jaar oud. [2]

De documenten die Eduard ruim een jaar eerder had ingediend om een andere afstamming te bewijzen, komen op 23 september 1943 terug, twee weken na zijn deportatie. In de kantlijn staat: "Verdere stappen doelloos." [8]

Gevolgen
Het contact tussen de tweelingzussen heeft tot gevolg dat Jetty uit veiligheidsoverwegingen naar een ander onderduikadres wordt gebracht, in Doorn of Driebergen. Een kindertehuis, volgens Lies Otten-Heijmans. [8] Daar worden Jetty en twee andere kinderen in 1944 opgepakt. Ze gaat 3 september 1944 op transport met het laatste transport dat vanuit Westerbork naar Auschwitz gaat. Meteen na aankomst op 6 september 1944 is ze vermoord. Jetty is dan 9 jaar oud.

Na de bevrijding
Op 28 oktober 1945 ondertekent E. Heijmans een machtiging aan de Westerkade 12 in Utrecht. Deze E. Heijmans is de oudere zus van Lies: Estella (roepnaam Stella). Ze zijn terug in het ouderlijk huis. Stella bezit geen persoonsbewijs. Getuige is S. de Wolff, Spoorstraat 5 bis. [12]



Machtiging d.d. 28 oktober 1945

Het huis aan de Westerkade 12 bis staat op de lijst van ontruimde Joodse woningen van de gemeente Utrecht. Het eigendom is van L. Heijmans cs — grootvader Lion, die dan al dood is. De sleutels liggen bij Zadelstraat 24. De woning is niet opnieuw betrokken. Als nieuw adres staat genoteerd: p/a P. Bergman, Zadelstraat 24. [13]

Hier is de kadasterdossier van Westerkade 12. Lion Hermans was de oorspronkelijke eigenaar; in de oorlog is het huis 'afgepakt' door de NederlandseAdministratie van Onroerend Goed. Na de oorlog krijgen de overlevende gezinsleden het huis terug. Ook Lies (Elisabeth Lida) is mede eigenaar. Het huis is 1955 verkocht.

De zusjes Stella, Lotty en Elisabeth Heijmans emigreren na de oorlog naar Canada. Elisabeth keert later terug naar Nederland en trouwt. Als Elisabeth Otten-Heijmans vertelt zij tientallen jaren later, in april 2020, voor het eerst het verhaal van haar onderduik. Ze wil het adres en de namen van haar onderduikgevers niet noemen — de ervaringen waren gemengd. Maar ze vindt dat de onderduikgevers waardering verdienen, omdat ze een groot risico namen.
Over de laatste fase van de bezetting vertelt ze dat ze bij aardige mensen verbleef. Op de dag van de bevrijding zei de heer des huizes: "Daar zitten we nu met vier joden aan tafel." Op dat moment bleek dat een oud echtpaar in huis ook Joods was, evenals de onderduikgever zelf. Over Zeist zegt Elisabeth Otten-Heijmans: "Zeist heeft het verdiend." Ze bedoelt: de herdenking. [8]

Dit verhaal is schatplichtig aan het fantastische werk dat Gerrit van der Vorst en Heleen bij 't Vuur doen in Zeist