Joodse school Utrecht
.

Geertruida Wilhelmina de Groot

Geertruida, roepnaam Truusje, de Groot staat op de eerste leerlingenlijst van de Joodse school als leerling van de eerste klas van de ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs; tegenwoordig vergelijkbaar met VMBO-T).

Truusje is een nakomertje in het gezin van Isodor de Groot (1886) en Froukje de Beer (1892). Zij heeft vier oudere zussen: Cato (1916), Ganny Manny (1917), Rosalie Marianne (1920) en Martha (1924). Truusje is geboren  op 27 juni 1929. Het gezin woont in de Vogelenbuurt in Utrecht, vlak buiten de singel: Duifstraat 21 bis. Of alle oudere zussen daar nog echt wonen is de vraag want zij hebben alle vier een relatie. [1] Ze staan er wel nog ingeschreven op de Joodse Raad kaarten.

Op dat lijstje mist Martha, de jongste zus van Truusje. Martha zat in Elden. [3] Daar was een opleidingscentrum voor jonge joden die naar Palestina wilden emigreren. Martha krijgt daar een relatie met Leonard (roepnaam Leo) van Esso. Net als alle andere Joodse werkkampen werd ook het tehuis in Elden op 3 oktober 1942 ontruimd. Op 22 november 1943 trouwt het stel in Westerbork. De meeste Palestina-pioniers zijn niet gedeporteerd naar de vernietigingskampen, maar komen terecht in Bergen-Belsen. Daar is Gideon geboren, de zoon van Martha en Leo. Het drietal komt terecht in het 'verloren transport.' [4] Tijdens die vreselijke treinreis sterft die drie weken oude Gideon. De trein komt in het plaatsje Tröbitz tot stilstand. Daar zijn Martha en Leo bevrijd door de Russen. Martha is de enige van het gezin de Groot dat de oorlog heeft overleefd. Na de oorlog emigreert het koppel naar Palestina.

Terug naar Truusje. De voor de hand liggende zaken kan ik makkelijk vinden. Ze zat in het begin van de bezetting op de lagere school in de Maria van Reedestraat. Na de zomer van 1941 mag ze niet meer terug naar die school en moet ze wachten tot de Utrechtse wethouder op last van de Duitsers een Joodse school uit de grond heeft gestampt. Half oktober 1941 is het zover. Truusje kan naar Ondiep 63 waar het gebouw van de Joodse school is. Dat is 8 minuten met de fiets, maar die moeten de joden in juni 1942 inleveren.[2] Voor Truusje betekent dat elke dag een half uur wandelen naar school en ook weer terug. 

Wat weet ik wel? Truusje komt samen met haar moeder op 9 november 1943 in de strafbarak van Westerbork terecht. Dat betekent dat zij hoogstwaarschijnlijk zijn opgepakt uit de onderduik. Mogelijk was dat in Nijmegen, waar moeder Froukje de Beer familie had. Tien dagen na hun aankomst gaan ze op transport naar Auschwitz, waar ze onmiddellijk na aankomst vergast zijn. Iets anders dan deze kille gegevens kan ik over Truusje niet vinden. Het enige persoonlijke is een foto van haar:

Ik probeer te achterhalen waar die foto vandaan komt. De bron is de Israëlische website van Yad Vashem. Daar zie ik dat de foto is geschonken aan het museum door Marijke van Leening. [5] Op het bijgaande formulier lees ik dat de meisjesnaam van Marijke de Beer is: een achternicht van Truusje. Marijke van Leening-de Beer noemt zich tegenwoordig Miriam en woont met haar man Hans in Kelowna, Canada. [6] Ik probeer met haar in contact te komen, want misschien weet ze meer over Truusje.